[Covid-19] Volmachtsbesluit - Koninklijk besluit betreffende de bestrijding van de niet-naleving van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus Covid-19 te beperken door de invoering van gemeentelijke administratieve sancties.



De federale regering heeft een volmachtsbesluit genomen betreffende de bestrijding van de niet-naleving van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus Covid-19 te beperken door de invoering van gemeentelijke administratieve sancties (nr. inforum 334795a). Het besluit is in werking getreden op dinsdag 7 april 2020.

Het mechanisme van de gemeentelijke administratieve sancties geeft de gemeenten nu ook de mogelijkheid om zelf in te grijpen wanneer de maatregelen die de verspreiding van het coronavirus moeten voorkomen, niet worden nageleefd (zoals vervat in het Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, gewijzigd bij Ministerieel besluit van 24 maart 2020 en 3 april 2020, n° inforum 334795). Het volmachtsbesluit maakt zo een einde aan de discussie die recent is ontstaan over de wettelijkheid van gemeentelijke administratieve sancties. Om ze te kunnen heffen, moeten de gemeenten wel eerst een nieuw reglement of een bijzondere verordening goedkeuren.

 

Het besluit is tijdelijk van aard: daarom kunnen administratieve sancties worden opgelegd alleen voor inbreuken die gepleegd worden gedurende de periode waarin de overheidsmaatregelen van kracht zijn. Het geld van de boetes is ten bate van de gemeente.

 

De inbreuken moeten vastgesteld worden door politieambtenaren, politieagenten of door veldwachters in het kader van hun bevoegdheden. De sancties bestaan overal uit een vaste geldboete van 250 euro. De overtreder kan de boete onmiddellijk betalen. Enkel de federale en de lokale politie kunnen hem vragen om dat te doen. Wil of kan hij dat niet, dan volgt de procedure via de sanctionerend ambtenaar. Die kan ook een sanctie van 250 euro opleggen. Verweer is mogelijk net als beroep voor de politierechtbank.

 

De gemeenten zijn niet verplicht om dit GAS-systeem in te voeren. Dit heeft enkele gevolgen op het vlak van de strafprocedure.

 
  • Kiest de gemeente voor het mechanisme van de GAS-boete, en keurt ze daartoe een reglement of verordening goed, dan kan het Openbaar ministerie dezelfde inbreuk niet meer vervolgen, met uitzondering van drie gevallen waarover sprake hieronder. Dat staat te lezen in de omzendbrief 06/2020 van 7 april 2020 van het College van procureurs-generaal (zie hieronder).
     
  • Zelfs wanneer de gemeente het mechanisme van de GAS-boetes heeft ingevoerd, zal in deze drie gevallen verplicht strafrechtelijk vervolgd moeten worden:

        • Wanneer de overtreder minderjarig is, wanneer hij onder het statuut van verlengde minderjarigheid valt of onbekwaam verklaard is.

        • Wanneer er sprake is van een samenloop van inbreuken op de artikelen 1, 5 of 8 van het voornoemde Ministerieel besluit van 23 maart 2020. Er is sprake van een samenloop van inbreuken bijvoorbeeld wanneer iemand én drugs gebruikt én zich in groep bevindt of wanneer iemand op een politieagent spuwt terwijl hij een niet-essentiële verplaatsing maakt en daarvoor door de agent wordt tegengehouden.

        • In geval van recidive. Wanneer er een herhaling is van inbreuken op de artikelen 1, 5 of 8 van het Ministerieel besluit van 23 maart 2020. Er is recidive waar ook de inbreuk in België werd gepleegd. De vaststelling van de herhaling gebeurt ofwel onmiddellijk door de vaststellende politieambtenaar, ofwel door de sanctionerend ambtenaar. De geïntegreerde politie en de gemeenten dienen alle nodige organisatorische maatregelen te nemen opdat een staat van herhaling op elk ogenblik op het ganse grondgebied zou kunnen worden vastgesteld. De sanctionerende ambtenaar die een staat van herhaling vaststelt, maakt het proces-verbaal tot beschikking aan de procureur des Konings over. Heeft de overtreder de GAS-boete van 250 euro al betaald, dan wordt de strafrechtelijke boete pro rata berekend. Is die lager dan de GAS-boete, wordt het overschot terugbetaald. Ligt het bedrag van de strafrechtelijke boete hoger dan de 250 euro van de GAS-boete, wordt het reeds betaalde bedrag in mindering gebracht.

  • Wanneer er beslist is om het niet-naleven van de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus niet met GAS-boetes te sanctioneren, dan kan het niet-naleven ervan via strafrechtelijke weg bestraft worden. De procedure staat beschreven in omzendbrief 06/2020 van 7 april: de politie stelt een proces-verbaal op en kan een minnelijke schikking voorstellen.

 

Brulocalis en de UVCW werken momenteel aan de opmaak van sjablonen van politiereglementen. Zij zullen ter beschikking worden gesteld van haar leden.

 

Bronnen:

Koninklijk besluit nr. 1 van 6 april 2020 betreffende de bestrijding van de niet-naleving van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken door de invoering van gemeentelijke administratieve sancties, B.S. 7 april 2020 (2de editie).

 

Omzendbrief nr. 06/2020 van het College van procureurs-generaal bij de hoven van beroep betreffende de gerechtelijke handhaving van het ministerieel besluit van 24 maart 2020 dat het Ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wijzigt, en betreffende de toepassing van het koninklijk besluit van 6 april 2020 betreffende de bestrijding van de niet-naleving van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken door de invoering van gemeentelijke administratieve sancties.

https://www.koengeens.be/news/2020/04/04/de-gemeentelijke-administratieve-sanctie-om-het-covid19-virus-in-te-perken-wettelijk-gere

 

« Terug

Auteur

Maxime Banse
Publicatiedatum
09-04-2020
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links