Subsidies en toelagen ten gunste van de Brusselse lokale besturen

Raadpleeg de databank


>> Meer info over de inhoud van de databank

<<
INTERREG EUROPA
Subsidiërende overheid
Europese Unie
Begunstigde(n)
Gemeenten, OCMW
Materie(s)
Huisvesting, Stedenbouw - Ruimtelijke ordening, Mobiliteit, Leefmilieu en duurzame ontwikkeling
Voorwerp

Er werden 4 projectoproepen gelanceerd in het kader van dit programma.

Aangezien het volledig budget opgebruikt is, zullen er geen projectoproepen meer gelanceerd worden in de programmaperiode 2014-2020.

xxx
INTERREG EUROPA is één van de transnationale samenwerkingsprogramma’s (INTERREG C) in het kader van de Europese territoriale samenwerking (ETS). Het betreft de 5de generatie van het programma en volgt INTERREG IV C op.

De Europese territoriale samenwerking (ETS) wordt gefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), dat tevens het operationeel programma EFRO van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest financiert (cf. synoptisch tabel « Het EFRO voor het BHG »).

Het programma INTERREG EUROPA stimuleert regionale en lokale overheden om hun beleidservaringen onderling uit te wisselen en zo het regionaal ontwikkelingsbeleid en het gebruik van Europese structuurfondsen doeltreffender te maken. Een project kan bv. de implementatie van een nieuw financieel instrument aanmoedigen door indien nodig gebruik te maken van het EFRO. M.b.t. de verbeteringen aangebracht aan het EFRO kan het gaan om een bijdrage die leidt tot een betere uitvoering van het EFRO-programma.

Het uitgangspunt van een project moet dus de bereidheid zijn om na te denken over de verbetering van een overheidsbeleid en de verschillende opties te overlopen, en niet de implementatie van een reeds gedefinieerd beleid.

Thema’s

Het programma bestaat uit 4 prioritaire assen die elk onderverdeeld zijn in 1 of 2 specifieke doelstellingen (SD) :
As 1 : versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie (R&D&I)
SD 1.1 verbetering van de structuren voor R&D&I
SD 1.2 gunstige voorwaarden scheppen voor innovatie (waaronder sociale innovatie, eco-innovatie en toepassingen voor overheidsdiensten)
As 2 : verbetering van het concurrentievermogen van KMO’s
SD 2.1 verbetering van het gewestelijk ontwikkelingsbeleid terzake
As 3 : steun voor de overgang naar een koolstofarme economie in alle sectoren
SD 3.1 verbetering van het gewestelijk ontwikkelingsbeleid terzake (waaronder duurzame stedelijke mobiliteit en energierenovatie)
As 4 : behoud en bescherming van het milieu en de bevordering van rationeel gebruik van hulpbronnen
SD 4.1 verbetering van het gewestelijk ontwikkelingsbeleid op het gebied van het ecologisch en cultureel patrimonium
SD 4.2. verbetering van het gewestelijk ontwikkelingsbeleid op het gebied van energie-efficiëntie, eco-innovatie (vanuit ecologisch oogpunt) en rationeel gebuik van hulpbronnen

Een project moet deel uitmaken van één enkele specifieke doelstelling, maar projecten gelinkt aan andere thema’s (bovenop het gekozen thema) zijn niet uitgesloten.

ICT en werkgelegenheid zijn transversale thema’s en zijn o.m. ondergebracht in de specifieke doelstellingen 1.1 en 2.1.

In aanmerking komende activiteiten

Het programma ondersteunt 2 soorten acties :
1. Interregionale samenwerkingsprojecten met looptijden van 3 tot 5 jaar in 2 fasen :
    (voorzien vanaf de aanvang, i.e. één enkele projectoproep)
   a. Een fase van uitwisseling van ervaringen (van 1 tot 3 jaar) om een actieplan voor elke partner op te
       stellen
   b. Een opvolgingsfase (follow-up) van de implementatie van de actieplannen [ingekort tot 1 jaar voor de 4de
       projectoproep (afgesloten)], maar de implementatie zelf moet verzekerd zijn door andere financieringen
       (Europese financieringen inbegrepen)
2. Platforms voor online wederzijds leren (policy learning) voor elke prioritaire as waar de partners van de
    projecten hun resultaat zullen moeten kapitaliseren en waar elke lokale of regionale autoriteit oplossingen
    kan vinden en vragen stellen

De projecten ondersteunen volgende soorten activiteiten :
1) In de eerste fase :
    - de uitwisseling van goede praktijken
    - communicatie rond het project en verspreiding van de resultaten
    - beheer en coördinatie van het project
2) en in de tweede fase :

    - het opvolgen van de implementatie van het actieplan (1 transnationale vergadering per jaar) en
      de analyse van de resultaten
    - communicatie en verspreiding van de resultaten (waaronder een slotevenement te organiseren)
    - beheer en coördinatie van het project (activiteiten- en financieel verslag)
    - in gerechtvaardigde gevallen op het einde van de eerste fase, kleinschalige « piloot -acties » om
      bepaalde maatregelen van het actieplan te testen (transfer van goede praktijken of gezamenlijke
      initiatieven)

Enkele sleuteldefinities
  • een « beleidsinstrument » (policy instrument) : een beleid, een strategie, een fonds, een instrument of een wetgevend/regelgevend kader ontwikkeld door een overheidsinstantie en toegepast om een specifieke territoriale situatie te verbeteren. De Operationale Programma’s van de Europese structuur- fondsen worden als beleidsinstrument beschouwd.
  • een actieplan (action plan): een document dat elke partner moet opstellen tijdens het project. Het voorziet hoe de lessen die getrokken zijn uit de transnationale uitwisseling zullen geïmplementeerd worden om het beleidsinstrument te verbeteren. Het specifieert de aard van de acties, hun kalender, de betrokken partijen, de eventuele mogelijke kosten en de evenutele financiële bronnen. Een model staat ter beschikking in bijlage van de programmahandleiding (infra). Een deelnemer die er niet in slaagt om een actieplan op te stellen zal zijn betrokkenheid in verminderd zien in de 2de fase en zou de subsidie die hij hierdoor misloopt moeten terugbetalen. Indien een actieplan werd uitgewerkt waarbij één of meerder acties niet uitgevoerd kunnen worden, dan moeten de redenen hiervoor aan de partners aangehaald worden in de 2de fase, maar de subsidiabele kosten zullen niet in vraag gesteld worden.

  • met de opvolging (monitoring) van de actieplannen wordt bedoeld: de staat van de uitvoering van de actieplannen regelmatig evalueren en de nodige bewijzen van succes verzamelen.
  • Elke partner moet een in zijn regio een « groep belanghebbenden » (stakeholders’ group) oprichten die relevant is voor het gekozen beleidsinstrument, belanghebbenden die niet in aanmerking komen voor Interreg inbegrepen. Bv. : autoriteiten op andere niveau’s, andere gemeenten, regionale ontwikkelingsagentschappen, verenigingen, KMO’s, … Meer informatie op pag. 63 van de 5de versie van de programmahandleiding (infra).
Toekenningsvoorwaarden
Voorwaarden om in aanmerking te komen

Over deze criteria kan niet onderhandeld worden.

Mogelijke begunstigden

- overheidsinstanties (lokale, regionale, nationale)
- publiekrechtelijke entiteiten (bv. : regionale ontwikkelingsagentschappen, publiekrechtelijke universiteiten, …)
  (cf. woordenlijst)
- privaatrechtelijke entiteiten zonder winstoogmerk (bv. : Kamer van Koophandel, clusters, universiteiten,
  onderzoeksinstellingen, …) (cf. definitie pag. 67 van de programmahandleiding, infra)

De lidstaten zijn verantwoordelijk om te bepalen wie voor welk programma in aanmerking komt. In geval van twijfel moet men contact opnemen met het nationaal contactpunt.

In aanmerking komende landen

- de lidstaten van de Europese Unie
- Zwitserland en Noorwegen (« partnerlanden » die de kosten voor hun rekening nemen)
- andere landen op eigen kosten

Samenstelling van het partnerschap

- min. 3 landen moeten vertegenwoordigd zijn, waarvan min. 2 lidstaten van de EU
- de vertegenwoordigde regio’s moeten een gevarieerd ontwikkelingsniveau hebben en een groot deel
  van Europa bestrijken.  De betrokkenheid van tegelijkertijd « de minst ontwikkelde regio’s » en de « meer
  ontwikkelde regio’s » (zoals het BHG) wordt sterk aangemoedigd, cf. kaart (infra). 
- aanbeveling : 5 tot 10 partners (eerder een kleiner netwerk dan een groot aantal « kunstmatige partners »)
- de coördinator moet een overheidsinstantie of een publiekrechtelijke entiteit zijn van een lidstaat van de EU
  of van Noorwegen (niet van Zwitserland !)
- elke partner moet bevoegd zijn voor het betrokken beleid van het project. Inderdaad, de verantwoordelijke
  overheidsinstanties van het “beleidsinstrument” van het betrokken project moeten betrokken zijn bij het
  project:
  * idealiter als partners van het project
  * indien dit niet mogelijk is, dans moeten zij een ondersteuningsbrief ondertekenen. Bovendien moeten
    de betrokken partners van het project hun band met de verantwoordelijke autoriteit aantonen en hun
    vermogen om het « beoogde beleidsinstrument » te beïnvloeden. Opgelet, op basis hiervan werden de
    meeste dossiers geweigerd bij de eerste projectoproep.
- Kunnen betrokken worden :
  * 2 partners uit eenzelfde regio die verantwoordelijk zijn voor hetzelfde beleid of 2 verschillende vormen van
     beleid (bv. de bevoegde gewestinstantie voor het betrokken structuurfonds en een stad/gemeente uit het
     gewest om een eigen instrument te ontwikkelen)
  * « raadgevende partners » (consulting partners) die specifieke bekwaamheden hebben en die de uitvoering
     van het project vergemakkelijken, maar die niet betrokken zijn door een « beleidsinstrument » en dus geen
     actieplan moeten opstellen. Het is eerder uitzonderlijk, maar het kan bv. om een academische actor gaan
     die gespecialiseerd is in het onderwerp of in de uitwisseling van ervaringen. Aangezien ze een eigen budget
     hebben, onderscheiden ze zich van “externe deskundigen die punctueel (ad hoc) tussenkomen (bv. voor
     een effectstudie.
- het is niet mogelijk om « waarnemende » partners erbij te betrekken, ook niet als « sub-partners » (zoals in
  Interreg Noordwest-Europa)
- er is geen limiet aan het aantal projecten per kandidaat, maar Interreg Europa wenst het beperkte budget
  de verdelen onder zo veel mogelijk regio’s en de deelname aan een project vereist een vergt een grote
  betrokkenheid


Raakvlakken met de structuurfondsen

- indien de bijdrage van de partner aan het project een OP van een regoniaal structuurfonds omvat, dan
  moeten de partners een ondersteuningsbrief van de beheersautoriteiten bekomen. In het BHG gaat het
  om de Cel EFRO RBC voor het EFRO en Actiris voor het ESF (infra).
- minstens de helft van de beleidsinstrumenten betrokken bij het project (enkel voor de regio’s van de EU)
  moeten een OP zijn van een structuurfonds
- voor de projecten die de implementatie van een OP van een structuurfonds wensen te verbeteren moet
  de link met de strategie van de gewestelijke strategie uitgelegd worden (infra)

Kwalitatieve evaluatiecriteria

Cf. pag, 81-91van de programmahandleiding (infra).

Bedrag en betaling
Het INTERREG EUROPE-programma heeft een budget van 359 miljoen euro voor 2014-2020 (in aanmerking komende uitgaven tot 1 april 2023), waarvan 322 miljoen euro voor interregionale samenwerkingsprojecten, evenredig verdeeld onder de 4 prioriteiten.

Het budget van het project hangt af van de georganiseerde activiteiten en van het aantal partners. Het gemiddelde budget (niet het subsidiebedrag) in het verleden bedroeg 1 tot 2 miljoen euro.

Het budget voor pilootacties (indien goedgekeurd) ligt tussen 10.000 en 80.000 euro.

Het medefinancieringspercentage (door de Europese Unie) bedraagt :
- 85% voor de autoriteiten en publieke entiteiten van de EU
- 75% voor de private entiteiten
- 50% voor de Noorse partners

De resterende medefinanciering moet van de partners zelf komen, in functie van hun bijdrage aan het project (die evenwichtig moet verdeeld zijn tussen de partners, behalve de coördinator die een groter budget ter beschikking heeft). De bijdrage van elke partner moet verzekerd zijn bij het indienen van het project en moet vermeld staan in de « verklaring » die elke partner ondertekend bij het indienen van het project.

Aangezien er geen voorfinanciering voorzien is, zullen de partners de subsidie pas na ongeveer 12 maanden ontvangen. Financiële verslagen en verslagen omtrent de inhoud van het project moeten om de 6 maanden ingediend worden.

De subsidiabele kosten zijn de kosten gelinkt aan de subsidiabele activiteiten (infra) en worden onderverdeeld in 5 begrotingslijnen, om een flexibiliteit van max. 20% toe te laten tussen deze lijnen :
- personeelskosten (voltijds of halftijds, vast of variabel, met arbeidscontract) van de vermelde partners in
  het aanvraagformulier (gewoonlijk ongeveer 50% van het budget)
- administratiekosten berekend op grond van een forfait dat gelijk is aan 15% van de personeelskosten
- reis- en verblijfkosten
- bureeluitrusting zoals voorzien in het aanvraagformulier (niet meer dan 5.000-7.000 euro per project)
- externe expertise (hun reis-, administratie- en uitrustingskosten inbegrepen), gewoonlijk minder dan
  50% van het budget

Voor elke wijziging van een budgetlijn voor meer dan 20% moet de toestemming gevraagd worden. 

Bijdragen in natura komen niet in aanmerking.

De voorbereidingskosten worden gedekt voor 85%/75%/50% van een forfaitair bedrag van 15.000 euro.

De groepsleden van de belanghebbende organisaties ontvangen geen financiering, maar hun kosten voor transport en verblijf kunnen door de projectpartners ten laste worden genomen.
Procedure
Autoriteitsbeheerder

De autoriteitsbeheerder van INTERREG EUROPA is de Franse regio Hauts-de-France. De certificeringsautoriteit (tevens verantwoordelijk voor de betalingen aan de begunstigden) is de provincie Oost-Vlaanderen. Beslissingen omtrent het programma (strategie, selectie van de projecten, budget, …) worden genomen door een Stuurcomité dat uit vertegenwoordigers van alle deelnemende landen bestaat (de 3 gewesten voor België).

Kalender

Het resterende budget werd aangewend voor de vierde projectoproep (afgesloten). Er zullen geen andere projectoproepen meer gelanceerd worden tijdens de huidige programmaperiode (2014-2020).

Modaliteiten om een aanvraag in te dienen

De officiële taal van het programma is het Engels. De aanvragen moeten dus in het Engels ingediend worden via het on line-systeem www.iolf.eu.
Praktische inlichtingen
Secretariaat van het programma

Contactformulier  -  Tel 33 328 144 107 (dinsdag van 14 tot 17 uur en vrijdag van 9 tot 12 uur).


Brussels contactpunt voor dit programma


Gewestelijke Overheidsdienst Brussel
Cel EFRO
Vooruitgangstraat, 80

1035 Brussel

Mevr. Valérie DUSSART  -  vdussart@gob.brussels
Dhr. Florian GENOT  -  fgenot@gob.brussels
(voor vragen)

Beheersautoriteiten (voor ondersteuningsbrieven)


Cel EFRO – Beheersautoriteit voor het OP EFRO-BHG (2014-2020)
Voortuitgangstraat, 80
1035 Brussel
Evi Cornelis  -  ecornelis@gob.brussels

Actiris – Beheersautoriteit voor het OP ESF BHG (2014-2020)
Anspachlaan, 69
1000 Brussel
Elvis MIHALOWITCH  - 
emihalowitch@actiris.be

Brulocalis - Vereniging Stad & Gemeenten van Brussel

De leden van Brulocalis (gemeenten en OCMW’s van het BHG) die geïnteresseerd zijn in dit programma kunnen een beroep doen op de cel Europese projecten voor begeleiding bij het tot stand brengen van Europese projecten. Gelieve een e-mail te sturen naar het contactpunt voor al uw vragen of voor meer informatie.
Wettelijke en reglementaire bronnen
Documenten betreffende het programma

Programmahandleiding (versie 7 van 27/03/2019).


Reglementaire bronnen betreffende het programma

17.12.2013 Verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (P.B.E.U., 20.12.2013, L347/320).
Gecoördineerde tekst : zie http://eur-lex.europa.eu
Meer info in Inforum : zie document nr 283563

17.12.2013 Verordening (EU) Nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (P.B.E.U., 20.12.2013, L347/259).
Gecoördineerde tekst : zie http://eur-lex.europa.eu
Meer info in Inforum : zie document nr 283595

24.6.2014 Uitvoeringsbesluit van de Commissie tot vaststelling van de lijst van samenwerkingsprogramma's en het totaalbedrag van de totale steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling voor elk programma in het kader van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” voor de periode 2014 tot 2020 (P.B.E.U., 24.06.2014, L183/75).
Gecoördineerde tekst : zie http://eur-lex.europa.eu
Meer info in Inforum : zie document nr 285042

Andere bronnen met nuttige informatie

Kaart met de in aanmerking komende regio’s voor de Europese structuur- en investeringsfondsen (2014 – 2020) volgens de verschillende ontwikkelingsniveaus.

Regionale slimme specialisatiestrategie : cf. Gewestelijk Innovatieplan van juli 2016 op de website van Innoviris.
Commentaar
Andere praktische informatie

De site van INTERREG EUROPA is een waardevolle informatiebron voor :
- de raadpleging van voormalige projecten (opgepast: er waren andere prioriteiten !)
- het vinden van “veel gestelde vragen” (FAQ)
- het ontdekken van goede praktijken van het vorig programmaµ
- de raadpleging van de Platforms voor online wederzijds leren (policy learning)
- het vinden van een project waaraan jullie kunnen deelnemen (opgelet: de projecten worden niet gevalideerd
  door het secretariaat van Interreg Europa)

- het zoeken van partners in de gemeenschap INTERREG EUROPA of in de groep Linkedln.

Er zijn synthetische nota’s (« policy briefs ») gepubliceerd in de rubriek « news » over de stand van zaken van de verschillende thema’s die het programma beoogt (rubriek bereikbaar via de filters « news » en « type of new posting » = « platform ») en meer bepaald over :
- de bescherming van de biodiversiteit en het ecologisch erfgoed
- de bevordering van het efficiënt gebruik van hulpbronnen (tevens in de steden)


Een voorbeeld van een Brussels INTERREG IVC- project is « EU 2020 Going Local » waarvan Schaarbeek partner was et dat voorgesteld werd in de Nieuwsbrief nr. 2014-5, pag.25.

Verschillen met URBACT III

- INTERREG Europa beperkt zich niet tot stedelijke gebieden
- één enkele soort projecten voor de gemeenten in INTERREG Europa versus drie soprten netwerken
  in URBACT
- URBACT III omvat alle thematische doelstellingen van de Europese structuur- en investeringsfondsen
  (ESIF), INTERREG Europa daarentegen is geconcentreerd op vier ervan die opgenomen zijn in de meeste
  regionale operationele programma’s van de ESIF (zoals EFRO-BHG)
- de keuze van de methode wordt overgelaten aan de initiatiefnemers van het project
- het is niet verplicht om beroep te doen op een deskundige
- in tegenstelling tot URBACT is er in INTERREG Europa slechts 1 projectoproep voor de 2 fasen van het
  project en is er geen fase voorzien om de voorbereiding van het project verder uit te werken
- een INTERREG Europa-project heeft een langere looptijd (3 tot 5 jaar tegen 2,5 jaar voor URBACT)

Datum van de laatste update
02-05-2019

Nieuwe fiches


U kan zich abonneren op onze RSS-feed Nieuwe subsidies om verwittigd te worden telkens als er een subsidie  toegevoegd of gewijzigd werd in de database.

Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links