Strijd tegen terrorisme mag beroepsgeheim niet op de helling zetten

Op 14 maart heeft het Grondwettelijk Hof, naar aanleiding van de vordering van 23 verzoekers [i], de verplichte opheffing van het beroepsgeheim voor de sociaal assistenten van de socialezekerheidsinstellingen nietig verklaard, omdat hun personeel het begrip 'ernstig vermoeden van terroristisch misdrijf', een vaag en slecht gedefinieerd begrip in de wet, verkeerd kan begrijpen. De Federatie van Brusselse OCMW's had het initiatief actief ondersteund.

In 2017 werd met het oog op de strijd tegen terrorisme een wet aangenomen tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, om de communicatie tussen het parket en de socialezekerheidsinstellingen mogelijk te maken in geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf. Het nieuwe artikel 46/1 van het Wetboek van Strafvordering legde daarom een dubbele verplichting (passief en actief) op aan alle socialezekerheidsinstellingen, om het beroepsgeheim op te heffen in geval van vermoeden van terroristische misdrijven. Maatschappelijk werkers bevonden zich toen in de ongemakkelijke positie dat ze OCMW-gebruikers die tekens van terrorisme vertonen, moesten 'aangeven' in weerwil van hun opdracht van sociale bijstand en het beroepsgeheim dat er de hoeksteen van vormt.

In zijn arrest stelde het Hof dat de actieve verplichting voor maatschappelijk werkers om een gebruiker aan te geven bij de procureur des Konings in geval van ernstige aanwijzingen van terrorisme, ongrondwettelijk is. De Federatie betreurt echter dat de passieve informatieplicht door het Hof gehandhaafd blijft. Het blijft dus mogelijk dat een Procureur des Konings bij een maatschappelijk werker informatie opvraagt en verkrijgt die onder het beroepsgeheim valt in het kader van onderzoeken naar terroristische daden.

De Federatie is tevreden met deze overwinning, maar blijft zich verzetten tegen het streven van de regering om terrorismebestrijding als voorwendsel te gebruiken om het recht op privacy en de hoeksteen van het sociaal werk, nl. de naleving van het beroepsgeheim, aanzienlijk te ondermijnen. De strijd tegen terrorisme is uiteraard legitiem, maar een aantasting van het beroepsgeheim daartoe is contraproductief: als het beroepsgeheim wordt ondermijnd, wordt de mogelijkheid om de vertrouwensband op te bouwen die nodig is voor sociaal werk tenietgedaan; en zonder vertrouwen verdwijnt de toegang tot informatie en dus de mogelijkheid om terrorisme effectief te bestrijden. Het is de slang die in haar eigen staart bijt … en het recht op privacy en sociale zekerheid van de gebruiker dat in gevaar komt!

Ondertekenaars

Federatie van Brusselse OCMW's, Fédération des CPAS de l'UVCW, Liga voor de rechten van de mens,

[i] Mutualité Saint-Michel; de OCMW's van Anderlecht, Oudergem, Sint-Agatha-Berchem, Chapelle-Lez-Herlaimont, Evere, Vorst, Ganshoren, Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node, Schaarbeek, Waremme en Sint-Lambrechts-Woluwe; vzw ADAS (Association de Défense des Allocataires Sociaux), vzw "Association des psychologues praticiens d’orientation psychanalytique", vzw "Fédération des Services Sociaux", vzw "Association Syndicale des Magistrats", vzw "Réseau wallon de lutte contre la pauvreté", beroepsvereniging "Union Belge des Médiateurs Professionnels", vzw "Union professionnelle Francophone des Assistants Sociaux", OCMW van Brussel en vzw “Vereniging van OCMW-Secretarissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”.

Meer info

Arrest 44/2019 van het Grondwettelijk Hof - 14/3/2019: wet van 17 mei 2017 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter bevordering van de strijd tegen het terrorisme: nietigverklaring (art. 46bis/1, § 3, van het Wetboek van Strafvordering, zoals ingevoegd bij art. 2 van de wet van 17 mei 2017) - Verwerping van het beroep voor het overige - inforum 328019

 


Wat voorafging

« Terug
Publicatiedatum
15-03-2019
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links