Retroactieve inschrijving van de hoofdverblijfplaats in het rijksregister: gevolgen voor het OCMW?

Sinds 1 juli 2010 hebben de "algemene onderrichtingen" van de FOD Binnenlandse Zaken betreffende de bevolkingsregisters de inschrijvingsdatum van de hoofdverblijfplaats gewijzigd. Dat heeft heel wat moeilijkheden teweeggebracht, met name voor de bepaling van de territoriale bevoegdheid van de OCMW's.

Deel 1: bepaling van de territoriale bevoegdheid

Datum van inschrijving van de hoofdverblijfplaats in het rijksregister

  • Tot 1 juli 2010 was, als iemand een verandering van verblijfplaats aangaf bij de gemeente, in principe de datum van inschrijving in het rijksregister de datum waarop het politieonderzoek vaststelde dat het effectief om de hoofdverblijfplaats van de betrokkene ging (“informatietype” of IT 001).
  • Sinds 1 juli 2010 is, als iemand een verandering van verblijfplaats aangeeft bij de gemeente, de datum van inschrijving in het rijksregister (IT 001) in principe de datum van de aangifte van de wijziging van hoofdverblijfplaats.

Illustratie 1


Op 1.1.20xx, verklaart mevrouw A dat zij in gemeente Y woont.

Bij politieonderzoek wordt op 1.2.20xx nagegaan of zij er effectief woont.

  • voor 1 juli 2010 zou de datum 1.2.20xx op IT 001 staan
  • sinds 1 juli 2010 staat datum 1.1.20xx op IT 001

 

Probleem voor de bepaling van de territoriale bevoegdheid van de OCMW's?

De algemene regel voor de bepaling van de territoriale bevoegdheid van het OCMW is de gebruikelijke verblijfplaats van de steunaanvrager (art. 1, 1° wet 2.4.1965). De gebruikelijke verblijfplaats wordt bepaald op basis van een voldoende aantal objectieve aanwijzingen. De inschrijving van de hoofdverblijfplaats in het rijksregister kan één van die aanwijzingen zijn, maar mag op zich niet bepalend zijn. Dus als een reeks aanwijzingen aantoont dat de effectieve gebruikelijke verblijfplaats van een persoon verschilt van de verblijfplaats die hij aangeeft, moet er voorrang gegeven worden aan die effectieve verblijfplaats om te bepalen welk OCMW territoriaal bevoegd is. De onderrichtingen van de FOD Binnenlandse Zaken van 1 juli 2010 stellen dus geen probleem in dat geval.

Er zijn echter uitzonderingen. De meeste regels bepalen de territoriale bevoegdheid van het OCMW op basis van de inschrijving als hoofdverblijfplaats in de bevolkingsregisters (IT 001), hetzij op een bepaald moment in de tijd, hetzij op het moment van de steunaanvraag bij het OCMW.

Het gaat om de regels betreffende de volgende gevallen:

  • verblijf in bepaalde inrichtingen zoals een rusthuis (art. 2, §1)
  • een pasgeboren kind (art. 2, §2)
  • het verlaten van een inrichting waarin men verplicht verbleef (art. 2, §4)
  • een asielzoeker (art. 2, §5)
  • een student (art. 2, §6)

In die precieze gevallen stellen de onderrichtingen van de FOD Binnenlandse Zaken probleem.


Illustratie 2


Mevrouw B wordt opgenomen in een rusthuis op 15.5.2011.

Zij dient een steunaanvraag in bij het OCMW van gemeente Y op 21.6.2011.

Bij uitzondering op de algemene regel is het OCMW van de gemeente waar de betrokkene in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister ingeschreven is als hoofdverblijfplaats op het ogenblik van diens opname in het rusthuis, territoriaal bevoegd om de steunaanvraag te behandelen.

Mevrouw B geeft haar verandering van hoofdverblijfplaats aan in gemeente Y op 14.5.2011 (IT 005), zijnde de dag voor haar opname in het rusthuis.

Als OCMW Y het rijksregister raadpleegt op 21.6.2011 (geval 1), vermeldt IT 001 dat mevrouw B nog steeds als hoofdverblijfplaats ingeschreven is in gemeente X.

Als OCMW Y het rijksregister raadpleegt op 23.6.2011 (geval 2), vermeldt IT 001 dat mevrouw B ingeschreven is in de registers van gemeente Y sinds 14.5.2011.

Welk OCMW is territoriaal bevoegd voor de behandeling van de steunaanvraag van mevrouw B: OCMW X of OCMW Y? Verandert het antwoord naar gelang van de datum waarop het rijksregister geraadpleegd wordt?

Creatie van IT 251 en interpretatie van de informatie die erin staat

Sinds 15 april 2011 is een nieuw informatietype operationeel: IT 251. Dat IT vermeldt de historiek van de data van bijwerking van IT 001. De retroactiviteit van de inschrijving in IT 001 (op de datum van de aangifte van de wijziging van verblijfplaats) maakt het niet mogelijk te bepalen op welke datum de effectieve aanwezigheid van de betrokkene in de gemeente begonnen is.

Hoe moet de informatie van IT 251 dan gebruikt worden om de territoriale bevoegdheid van het OCMW na te gaan?

Na tal van uitwisselingen met de POD MI geven wij hieronder, toegepast op onze illustratie 2, de manier waarop de POD MI beschouwt dat IT 251 geïnterpreteerd moet worden om de territoriale bevoegdheid van het OCMW te bepalen.

Illustratie 2 – oplossing


Geval 1 : het uittreksel van het rijksregister van mevr. B vermeldt op 21.6.2011 :

IT 001 : 12.1.2002 gemeente X

IT 005 : 14.5.2011 gemeente Y

IT 251 : niets

Antwoord van de POD MI: OCMW X is bevoegd, want de officiële inschrijving op het ogenblik van de opname in het rusthuis moet in aanmerking genomen worden om te bepalen welk OCMW bevoegd is. De aangifte bij de gemeente van de wijziging van hoofdverblijfplaats (IT 005) mag niet in aanmerking genomen worden.

Geval 2 : het uittreksel uit het rijksregister van mevr. B vermeldt op 23.6.2011 :

IT 001 : 14.5.2011 gemeente Y

12.1.2002 gemeente X

IT 251 : 22.6.2011

Antwoord van de POD MI: OCMW X is bevoegd, want de effectieve bijwerking van IT 001 vond plaats na de opname in het rusthuis. IT 001 werd immers bijgewerkt op 22.6.2011 (IT 251) terwijl de opname in het rusthuis plaatsvond op 15.5.2011.

 

Uit het antwoord van de POD MI halen we de volgende logica:

 

Eerste mogelijkheid: het politieonderzoek heeft reeds vastgesteld dat de hoofdverblijfplaats effectief is:

  • als het evenement dat de territoriale bevoegdheid bepaalt (naar gelang van het geval ofwel een bepaald moment in de tijd, ofwel het moment van de steunaanvraag) voor de datum op IT 251 valt, is het OCMW van de vroegere hoofdverblijfplaats territoriaal bevoegd;

  • als het evenement dat de territoriale bevoegdheid bepaalt (naar gelang van het geval ofwel een bepaald moment in de tijd, ofwel het moment van de steunaanvraag) na de datum op IT 251 valt, is het OCMW van de nieuwe hoofdverblijfplaats territoriaal bevoegd.

Tweede mogelijkheid: het politieonderzoek voor de vaststelling van de hoofdverblijfplaats is nog niet uitgevoerd: dan is het OCMW van de vroegere hoofdverblijfplaats territoriaal bevoegd.

Besluit

 

De POD MI geeft nu een duidelijk antwoord betreffende de bepaling van de territoriale bevoegdheid in deze gevallen.

Maar

  • Zullen hoven en arbeidsrechtbanken dezelfde interpretatie volgen? Uit geschillen van voor de creatie van IT 251 werd de retroactiviteit van de inschrijving van de hoofdverblijfplaats in aanmerking genomen voor de bepaling van de territoriale bevoegdheid van het OCMW. Wordt vervolgd dus ....

  • De retroactieve inschrijving kan voor het OCMW ook problemen creëren op het vlak van de terugvordering van uitgekeerde sociale bijstand. Dat aspect zal hier nog afzonderlijk aan bod komen (deel 2).

  • Er zal misschien nog inkt vloeien, want er rijzen nog andere problemen (niet specifiek voor het OCMW) en naast deze vele technische problemen hebben sommigen vragen bij de wettelijkheid van de retroactieve inschrijving op de datum van de aangifte van de wijziging van hoofdverblijfplaats.

Info


Download de onderrichtingen van de FOD Binnenlandse Zaken van 6 april 2011

« Terug

Auteur

Nathalie STERCKX
Publicatiedatum
21-11-2011
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links