Het Hof van Cassatie maakt brandhout van het privacy-excuus om parkeerretributies niet te moeten betalen.

Het Hof van Cassatie stelt dat parkeerbedrijven die belast zijn met de controle en de inning van parkeerretributies een openbare dienst vervullen. De gemeente delegeert niet haar bevoegdheid aan een derde, maar beheert een openbare dienst op de wijze die haar het meest geschikt lijkt. In het kader daarvan kan de private vennootschap dan ook de nodige gegevens opvragen.

Het Hof van Cassatie stelt dat parkeerbedrijven die belast zijn met de controle en de inning van parkeerretributies een openbare dienst vervullen. De gemeente delegeert niet haar bevoegdheid aan een derde, maar beheert een openbare dienst op de wijze die haar het meest geschikt lijkt. In het kader daarvan kan de private vennootschap dan ook de nodige gegevens opvragen.

Wettelijk kader & problematiek


Nu is het zo dat de wetgever de gemeenten reeds ter hulp was gekomen door de wet te wijzigen van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren. Voortaan kunnen sedert de wet van 22 december 2008 (wet houdende diverse bepalingen) ook concessiehouders en autonome gemeentebedrijven gemachtigd zijn om de identiteit van de houder van de nummerplaat op te vragen. Volgens de wet worden de niet-betaalde retributies ten laste gelegd van de houder van de nummerplaat.

Er bleef dus nog discussie over het lot van de parkeerbonnen van vóór de wetswijziging.

Rechtspraak


In het verleden hadden nogal wat mensen gelijk gekregen om hun parkeerretributies niet te betalen telkens wanneer het ging om een private beheerder die de controle van de geparkeerde voertuigen en inning van de sommen verzorgde. Steeds met hetzelfde argument kwamen de niet-betalers ermee door: een private onderneming mag geen gegevens van de D.I.V. gebruiken.

De ingebrekestellingen die aan de automobilisten werden gestuurd, waren in strijd met de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer en zodoende ongeldig.

Telkens stelden de vrederechters de automobilisten in het gelijk en kwamen ze er zonder betalen vanaf.

Hof van cassatie


Een automobilist die veroordeeld werd om vooralsnog aan ondernemingen die voor de stad Aalst de concessie verzorgden te betalen, liet het er evenwel niet bij en probeerde de gevolgde redenering van de vrederechter die hem in het ongelijk stelde,aan te vechten voor het Hof van Cassatie.

Ook van het Hof wordt hij in het ongelijk gesteld.

Met enig gevoel voor humor stelt het Hof van Cassatie dat de automobilist tal van "voorbeschouwingen [geeft] welke academisch misschien wel een interessant gespreksonderwerp kunnen zijn, doch het is niet aan de rechtbank om aan dit panelgesprek deel te nemen".

Het Hof van Cassatie buigt zich over de redenering als zou de private vennootschap de gegevens niet mogen opvragen wegens schending van de privacy.

Vooreerst stelt het Hof vast dat het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer enkel een ongunstig was voor de rechtstreekse en onrechtstreekse toegang tot het repertorium door private vennootschappen en gerechtsdeurwaarders wanneer dit gebeurt buiten een gerechtelijke procedure. Volgens het Hof wordt het advies van de Commissie perfect gevolgd.

Het Hof herinnert eraan dat de concessiehouder inderdaad geen toegang mag krijgen tot gegevens voor reclamedoeleinden. Het is pas wanneer men zijn retributies niet betaalt dat er een gerechtelijke procedure moet worden opgestart. Het Hof stelt dan dat "in die zin[…] de concessiehouder niet tussen[komt] "buiten een gerechtelijke procedure", maar wel degelijk "binnen" een gerechtelijke procedure".

Dat de private vennootschap eerst nog tracht een minnelijke regeling te verkrijgen, is in het voordeel van de retributieverschuldigde en is ook al een stap binnen die gerechtelijke procedure. De voorafgaande aanmaningen tot betaling vormen reeds een onderdeel van de gerechtelijke procedure. Hiervoor zijn er geen bezwaren om de nodige persoonsgegevens te bekomen.

Raadpleging van het repertorium van de DIV


Volgens artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen is het repertorium van de voertuigen een geautomatiseerd gegevensbestand, dat wordt bijgehouden door de FOD Mobiliteit. Dat gegevensbestand bevat voor een natuurlijke persoon de persoonlijke gegevens van de aanvrager van de inschrijving van een voertuig.

In hetzelfde koninklijk besluit worden de doeleinden vermeld waarvoor de persoonsgegevens van het repertorium mogen worden verwerkt. Dat is onder meer voor de identificatie van de natuurlijke of rechtspersoon die belastingen of retributies verschuldigd is inzake de verwerving, de inschrijving, de inverkeerstelling, of het gebruik of de buitengebruikstelling van een voertuig. Uit die opsomming blijkt volgens het Hof van Cassatie zonder twijfel dat het repertorium der voertuigen slechts voor een aantal limitatief opgesomde doeleinden wordt bijgehouden.

Het kan om die reden ook maar worden geraadpleegd met het oog op één van die doeleinden.

Conclusie


De wetswijziging en dit arrest maken hopelijk een einde aan een lastige discussie of het al of niet legitiem is om gegevens op te vragen van automobilisten om ze hun onbetaalde parkeerbonnetjes vooralsnog te laten betalen. Als er immers steeds een discussie voor de rechter ontstaat, wordt het wel heel moeilijk om nog langer een goed parkeerbeleid te voeren. Met dit arrest wordt de discussie hopelijk voor eens en altijd gesloten.

Meer info


Hof van Cassatie, 29 mei 2009, nr C.08.0129.N en C.08.0130.N
Raadpleegt het arrest op juridat.be : nr C.08.0129.N en C.08.0130.N
« Terug

Auteur

Hildegard SCHMIDT
Publicatiedatum
13-07-2009
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links