Titel V : Goederen en inkomsten van de gemeente (art. 230 tot 238)
Hoofdstuk I. - Schenkingen en legaten aan de gemeente
Art. 231. -
Par. 1. - [(...) (K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)].
De giften bij akte onder de levenden worden altijd voorlopig aangenomen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 12 juli 1931.
Als gift wordt niet beschouwd de prijs van een grafconcessie.
[
Par. 2. - Wanneer de waarde [2.500 € (K.B. 20.7.2000, B.S. 30.8.2000)] te boven gaat, worden de besluiten van de gemeenteraad over de schenkingen en de legaten aan de gemeente of aan de gemeenteinstellingen die geen rechtspersoonlijkheid bezitten, onverminderd de toepassing van het K.B. van 14 augustus 1933, gewijzigd bij het K.B. nr. 87 van 30 november 1939, bevestigd bij de wet van 16 juni 1947, onderworpen aan:
1° het advies van de bestendige deputatie van de provincieraad en de goedkeuring van de Koning, voor de gemeenten van het Duitse taalgebied;
2° het advies van de bestendige deputatie van de provincieraad en de goedkeuring van de Gewestexecutieve, voor de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en voor de gemeenten Komen-Waasten en Voeren.
Par. 3. - Wanneer de waarde [2.500 € (K.B. 20.7.2000, B.S. 30.8.2000)] niet te boven gaat, worden de besluiten van de gemeenteraad over de in par. 2 bedoelde aangelegenheden onderworpen aan:
1° de goedkeuring van de bestendige deputatie van de provincieraad, voor de gemeenten van het Duitse taalgebied en voor de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;
2° de goedkeuring van de provinciegouverneur, die zijn bevoegdheden uitoefent overeenkomstig de art. 267 tot en met 269, voor de gemeenten Komen-Waasten en Voeren.
Indien er verzet is geweest, wordt de goedkeuring van de bestendige deputatie binnen acht dagen langs administratieve weg aan de indiener van het bezwaar betekend.
Elk bezwaar tegen de goedkeuring wordt binnen dertig dagen na die betekening ingediend.
Bij gehele of gedeeltelijke weigering van goedkeuring moet het bezwaar ingediend worden binnen dertig dagen na de dag waarop de weigering aan het gemeentebestuur is meegedeeld.
Bij inbrenging van bezwaren beslist de Koning over de aanneming, de verwerping of de vermindering van de schenking of van het legaat, als het gaat om een gemeente van het Duitse taalgebied, en de Gewestexecutieve, als het gaat om één van de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, de gemeente Komen-Waasten of de gemeente Voeren (K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)].
Hoofdstuk II. - Contracten
Art. 232. - De gemeenteraad bepaalt de voorwaarden van de huur of de pacht en van elk ander gebruik van de opbrengsten en inkomsten van de eigendommen en rechten der gemeente.
Art. 233. - De gemeenteraad verleent, in voorkomend geval, aan de huurders of pachters van de gemeente de door dezen aangevraagde kwijtscheldingen waarop zij aanspraak kunnen maken ingevolge de wet of krachtens hun contract dan wel op gronden van billijkheid.
Art. 234. - [De gemeenteraad kiest de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden gegund en stelt de voorwaarden vast. In gevallen van dringende noodzakelijkheid die voortvloeien uit niet te voorziene omstandigheden, kan het college van burgemeester en schepenen, op eigen initiatief, de bevoegdheden van de gemeenteraad uitoefenen. Zijn beslissing wordt medegedeeld aan de gemeenteraad die er op zijn eerstvolgende vergadering akte van neemt.
De gemeenteraad kan, binnen de perken van de op de begroting ingeschreven kredieten, de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid overdragen aan het college van burgemeester en schepenen, voor de overheidsopdrachten die betrekking hebben op het dagelijks bestuur van de gemeente.
Het college is gemachtigd de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid uit te oefenen voor de opdrachten die worden gegund bij onderhandelingsprocedure met toepassing van art. 17, par. 2, 1°, a van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. In dit geval [wordt de gemeenteraad op zijn eerstvolgende vergadering in kennis gesteld van de beslissing van het college (Ord. 9.3.2006, B.S. 23.3.2006)] (Ord. 17.7.2003, B.S. 7.10.2003)].
Art. 234bis. - [De voorwaarden van de overheidsopdrachten, vastgesteld door de gemeenteraad en het voorwerp uitmakend van een onderhandelingsprocedure, zoals bedoeld in de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, mogen door het college van burgemeester en schepenen gewijzigd worden ingevolge onderhandelingen die gevoerd worden met ondernemers, leveranciers of dienstenverleners. Op zijn eerstvolgende vergadering, [wordt de gemeenteraad in kennis gesteld van de beslissing van het college (Ord. 9.3.2006, B.S. 23.3.2006)] (Ord. 17.7.2003, B.S. 7.10.2003)].
Art. 235 - [
Par. 1. - Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, worden de in art. 234, 1e lid, bedoelde besluiten van de gemeenteraad en de besluiten van het college van burgemeester en schepenen bedoeld in art. 234, 2e lid, onderworpen aan de goedkeuring van de provinciegouverneur.
Voor de gemeenten Komen-Waasten en Voeren oefent de provinciegouverneur de in het 1e lid bedoelde bevoegdheden uit overeenkomstig de art. 267 tot en met 269.
Par. 2. - De in par. 1 bedoelde goedkeuring is niet vereist wanneer de totale waarde van de opdracht niet hoger is dan:
1° [50.000 € (K.B. 20.7.2000, B.S. 30.8.2000) (W. 16.7.1991, B.S. 26.9.1991)], als de gemeente minder dan 5.000 inwoners telt [(…) (W. 14.5.2000, B.S. 31.5.2000)];
2° [150.000 € (K.B. 20.7.2000, B.S. 30.8.2000) (W. 16.7.1991, B.S. 26.9.1991)], als de gemeente 5.000 of meer inwoners telt [(…) (W. 14.5.2000, B.S. 31.5.2000)] (K.B. 16.7.1991, B.S. 26.9.1991).
De Koning kan de in 1° en 2° genoemde bedragen wijzigen.
Par. 3. - Onverminderd de toepassing van de art. 268 en 269 wordt de goedkeuring als verworven beschouwd bij ontstentenis van betekening van een andersluidende beslissing binnen negentig dagen nadat het besluit bij het provinciebestuur is ontvangen (K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)].
Art. 236. - Het college van burgemeester en schepenen stelt de procedure in en gunt de opdracht. Het kan aan de overeenkomst iedere wijziging aanbrengen die het bij de uitvoering nodig acht, in zover hieruit geen bijkomende uitgaven van meer dan 10 % voortvloeien.
[Indien de wijziging een bijkomende uitgaven van meer dan 10 % veroorzaakt, [deelt het college zijn beslissing ter kennisgeving mee aan de gemeenteraad (Ord. 9.3.2006, B.S. 23.3.2006)] op diens eerstvolgende vergadering (Ord. 17.7.2003, B.S. 7.10.2003)].
Art. 237. - [Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, evenals de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, worden de besluiten van het college van burgemeester en schepenen houdende gunning van een opdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, aan de provinciegouverneur meegedeeld; zij zijn slechts uitvoerbaar vanaf de dag waarop zij niet meer vatbaar zijn voor schorsing of vernietiging met toepassing van de art. 264 en 265.
Het in het 1e lid bepaalde is evenwel niet van toepassing op:
1° de opdrachten bedoeld in art. 17, par. 2, 6° van de wet van 14 juli 1976 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. ;
*** Dit artikel wordt vervangen door het art. 17, par. 2, 1°, c van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten ***
2° ingeval de beslissingen en besluiten bedoeld in art. 234, 1e en 2e lid, over de wijze waarop de opdracht wordt gegund, niet aan goedkeuring onderworpen zijn overeenkomstig art. 235 (K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)].