Marokko
De specifieke interventie Marokko sluit aan bij het actiekader van het
nationaal initiatief voor menselijke ontwikkeling (INDH) dat de Marokkaanse overheid in 2005 uitgestippeld heeft en dat gesteund wordt door de Marokkaanse koning Mohammed VI (toespraak van 18.05.2005).
Op de 17de sessie van de gemengde commissie België-Marokko heeft de Belgische Ontwikkelingssamenwerking er overigens aan herinnerd dat het past in het coherent ontwikkelingskader dat vastgelegd werd in het INDH, met als doel de
duurzame verbetering van het welzijn van de kansarme Marokkaanse bevolking. Het programma tracht ondermeer de Marokkaanse lokale overheden te versterken in hun rol van tussenschakel, animator en katalysator van de socio-economische en culturele actie.
Welke samenwerkingsverbanden?
Bij de aanvang van het vijfjarenprogramma berust het initiatief op de volgende samenwerkingsverbanden:
Belgische gemeente
|
Marokkaanse gemeente
|
| Schaarbeek |
Al Hoceima |
| Jette |
Sidi Bibi |
| Vorst |
Jérada |
| Luik |
Tanger |
| Oudergem |
Amerzgane/Timdline |
| Stad Brussel |
Tétouan |
Doel van de samenwerking
Op de programmatieworkshop van maart 2007 werden de volgende doelstellingen vastgelegd:
binnen 5 jaar zullen de partnergemeenten hun capaciteiten versterkt hebben om geïntegreerde en gecoördineerde sociale projecten te plannen, te volgen en te evalueren, ten gunste van de burgers in het algemeen en de meest kansarmen in het bijzonder.
Na afloop van deze specifieke interventie zou de gewenste situatie de hierna beschreven visie moeten benaderen:
1. De verkozenen zijn gesensbiliseerd voor sociale zaken (TR 5) en de gemeentelijke sociale actie is coherent met de lokale partners (TR 7)
De verkozenen van de Marokkaanse gemeenten zijn betrokken bij de uitwerking van een reëel beleid voor gemeentelijke sociale actie en kennen daar de nodige menselijke en financiële middelen voor toe. De "sociale" budgetten nemen toe en het gebruik ervan verloopt optimaal. De verkozenen werken samen met andere sociale actoren (delegaties jeugd en sport, ngo's, ...) aan de hand van samenwerkingsovereenkomsten, om te trachten de doelstellingen die voor hun sociaal beleid vastgelegd werden, te bereiken.
2. De gemeenten beschikken over een structuur voor maatschappelijke actie (TR 1)
De partnergemeenten beschikken over een dienst voor maatschappelijke actie die degelijk uitgerust is en waarvan de samenstelling en de taken vastgelegd werden. Structureel komt deze situatie tot uiting in een nieuw gemeentelijk organogram, waarin het bestaan van deze dienst benadrukt wordt.
3. De gemeenten beschikken over knowhow inzake planning van sociale acties, met inbegrip van de elementen voor follow-up en evaluatie van programma en projecten (TR 2) & de gemeenten beschikken over bevoegd personeel op het vlak van sociale actie (TR 3)
Personen worden gevormd op het vlak van sociale actie en beschikken over basiskennis in sociale zaken (de gemeentelijke actie plannen, volgen en evalueren). Dankzij die versterking kunnen ze ook kwaliteitscriteria definiëren voor de keuze van lokale verenigingen die actief zijn op sociaal vlak, alsook indicatoren ontwikkelen op basis waarvan ze boordtabellen kunnen opstellen. Deze gerationaliseerde en objectieve aanpak biedt de ambtenaren instrumenten ter bestrijding van cliëntelisme.
4. Het beheer en de werking van sociale infrastructuren en uitrustingen worden versterkt met het oog op de verbetering van de dienstverlening (TR 4)